Dit weekend – op zaterdag 18 juli – vindt de Eerste Knip plaats, traditioneel de start van het nieuwe druivenseizoen. Toerisme Vlaams-Brabant werkt hiervoor samen met de gemeenten Tervuren, Hoeilaart, Bertem, Huldenberg en Overijse. De tafeldruiven vormen de ideale aanleiding om de streek recreatief en culinair te verkennen. We gingen langs bij omroepster en presentatrice Paula Sémer. In 1956 aanvaardde ze het meterschap over een nieuwe, pitloze druif. De televisiedruif was geboren.

We ontmoeten Paula in haar woonst in Watermaal-Bosvoorde. Op dat moment bijna 95 jaar, minder goed te been maar nog steeds ad rem. Regelmatig krijgt ze een televisieploeg over de vloer, neemt ze een presentatie voor haar rekening of wordt ze geïnterviewd.

Hoe kijk je vandaag terug op de gloriedagen van de druivenstreek?

“Druiventelers, dat waren welvarende mensen hé. Ze woonden in grote huizen. Als we voor zo’n woning stonden, zeiden we: dat is zeker van een druivenkweker. Toen we een huis aan het zoeken waren in de streek, raadde sommige mensen ons dergelijke woning aan maar dat was niets voor ons. We waren altijd aan het werk. We verhuisden, voor de goede lucht, van Elsene naar Bosvoorde. Op die manier zaten we dichter bij de goede restaurantjes. Die bevonden zich allemaal in de buurt van Hoeilaart. Ik herinner me hoe ik in het restaurant Victorinne een kreeft mocht kiezen uit een grote bak. Nooit gezien! Het was vreselijk toen het dier, dat ik aangewezen had, even later op mijn bord lag. Dat hoefde voor mij niet. Ik gunde de kreeft het leven.”

Kende je veel druiventelers?

“Nee, ik ben pas door de televisie-uitzendingen in contact gekomen met telers zoals Robert Schimp. De serre werd helemaal nagebouwd in de studio. Het was niet mogelijk om op locatie te gaan filmen.  Wat me is bijgebleven, is de eerbied van die mensen voor hun druiven. Blinkende druiven, dat mocht niet. De dauw moest er altijd op blijven. We leerden hoe we een druiventros moesten behandelen.  Aanraken met onze handen was uit den boze.”

De belangrijkste vraag misschien: lustte je graag tafeldruiven?

“Ja, ik heb de Belgische tafeldruiven altijd veel lekkerder gevonden dan andere druiven. Ook vandaag. Italiaanse druiven waren ook lekker maar dat bleef uiteindelijk toch gewoon fruit. De Belgische tafeldruiven waren een delicatesse! Dat was snoepen in mijn ogen. De televisiedruif was een druif zonder pitten. Dat was een hele gebeurtenis want druiven zonder pitten bestonden in die tijd niet. Nadien heb ik er bitter weinig van gehoord maar blijkbaar is de druif in Frankrijk een groot succes geweest.”

Heb je nog steeds een link met de streek?

“Toen mijn zoon zich ging settelen, zei mijn man: Overijse is een goede keuze, jongen. Hij woont in de woning van een vroegere hobbyteler. In de tuin stond een serre. In het begin dachten we: oei, die belemmert het zicht maar toen ze weg was, waren we wel triestig. Van het vroegere glazen dorp, merk je vandaag niet veel meer.”

Je belandde ook in de jury voor de verkiezing van de druivenkoningin?

“Ja, de druivenkoningin of Miss Fruit. Onder meer weerman Armand Pien zat ook in de jury. In die tijd was de verkiezing enorm populair, een heel evenement. Televisiemaker Jan Van Rompaey draaide er ook een reportage. Ik weet nog dat ik aan een meisje vroeg: Wie was Peter Paul Rubens. Ze antwoordde: zou dat een schilder kunnen zijn…”

Paula Sémer was een bekende Vlaming avant-la-lettre. Merk je daar vandaag nog veel van?

“Ja, ik word nog vaak aangesproken en ik weet hoe dat komt: internet. Veel filmpjes van vroeger vind je online terug. Dat het zo’n impact zou hebben, had niemand verwacht. Ik speelde de hoofdrol in de eerste uitzending op de Vlaamse televisie. Het was mijn droom om actrice te worden. Daarna werd ik de eerste omroepster.”

Hoe was je bij de televisie terechtgekomen?

“Na de bevrijding werkte ik in een bureau voor rantsoenering. Er was veel jeugdwerkloosheid. Ik moest bonnen voor kolen geven. Ik had medelijden met een oude vrouw en heb er twee gegeven. Tegen mijn bazen zei ik dat de bonnen gaan vliegen waren. Ik werd aan de deur gezet. In mijn vrije tijd las ik stemmen in bij filmpjes voor kinderen. Toen één van de directeuren stemmen nodig had, moest ik naar Brussel reizen. Dat mocht niet van mijn vader. Mijn moeder zei: dan ga ik mee… Blijkbaar viel dit in de smaak.”

Je groeide uit tot een boegbeeld voor veel vrouwen?

“Ja, ik was een kruidje-roer-me-niet. Onlangs kwam er een dokteres, die op rust ging, naar me en ze zei: ik heb ooit een petitie getekend om je ontslag te eisen. Ik heb er nog altijd spijt van (lacht). Ja, ik heb tegen schenen gestampt. Ik weet nog dat ik, na een tijdje, voorstelde om mee achter de schermen te werken. Ik mocht niet: ik moest omroepen en het liefst elke dag. Ik zei: dat gaat toch niet. Uiteindelijk heb ik toch aan een examen mogen meedoen. Natuurlijk kwam ik er goed uit. Ik was van alles op de hoogte. Ik heb de vrouwenuitzendingen omgedoopt tot gezinsuitzendingen. Ik vond het straf dat ik altijd brieven kreeg van mannen: mijn vrouw zegt dit of dat. Ik dacht: kunnen die vrouwen zelf niet schrijven. Ik was ook niet beschaamd om op televisie te komen om te vertellen: ik heb borstkanker gehad. Dat was zo’n taboe. Veel vrouwen hebben me achteraf nog gezegd: met de uitzendingen rond kanker heb je mijn leven gered. Ik ben ook jarenlang voorzitter geweest van ‘Sportiva, sport voor de vrouw’ in de druivenstreek. We ijverden ervoor dat vrouwen gratis mochten leren zwemmen.”

In 2019 bezocht Paula Sémer Kelleveld en zag ze de druivenplant, die naar haar werd vernoemd, nog eens terug. Wat dacht j?

“Ik vind het een goede zaak dat alles bewaard wordt voor het nageslacht. We hebben gezien hoe snel het achteruit kan gaan. Die opgebouwde kennis van jaren mag niet verloren gaan. Ik was trouwens niet de enige waarnaar een druif vernoemd werd. Ook Marc Sleen (de tekenaar van stripfiguur Nero) was die eer te beurt gevallen. Een druif werd naar een personage van zijn strips genoemd.”

Plots troont ze ons mee naar haar bureau. “Kijk eens hier”, lacht ze. Aan de muur hangt een karikatuur die Sleen van Paula Sémer maakte met de tros druiven in haar hand. “Toen hij het me schonk, zei hij: voorzichtig hé, want het kost heel veel geld. Een ongelooflijk dure kader. Die tekening heeft nog altijd een prominente plaats in mijn woning!”