Feeërieke, hobbelige kasseistraatjes tussen eeuwenoude witte huizen. Het begijnhof van Diest is een bijzonder romantisch stukje werelderfgoed. Als we de Rubensiaanse poort uit 1671 door stappen, lijkt de tijd een sprong te maken. Dit stukje van de stad werd in 1253 gesticht door Arnold IV, heer van Diest, en net als toen draagt elk huisje zijn heilige boven de deur.

Eén van die huisje is een weekend lang het onze. @home heet het, en zo voelen we ons ook. Met een gezellig stadstuintje, waar we op de bank onder de druivelaar luisteren naar de stadsgeluiden in de verte. Binnen herinneren de houten balken in de muren aan de tijd dat er hier nog echte begijntjes woonden. Een heerlijk plekje, op wandelafstand van de stad en haar restaurants. Wij kiezen voor Wannes Raps voor een intieme tête-à-tête, met een avondwandeling in Webbekoms Broek als afsluiter.

Volg de rivier

De volgende dag is helemaal voor ons tweetjes alleen. De huurfietsen staan klaar en we hoeven de oever van de Demer maar te volgen het groene landschap in. Samen met de rivier kronkelen we naar Zichem. Het land van De Witte die ons toelacht op de schouders van zijn geestelijke vader Ernest Claes. Het geboortehuis van de schrijver staat aan de rand van de Demerbroeken, een natuurgebied waar hij maar al te graag zijn inspiratie haalde tijdens lange wandelingen.

Aan de eenzame Maagdentoren stoppen we even voor een klim naar boven. Het uitzicht over de streek met de Demer aan onze voeten is gewoonweg prachtig. De middeleeuwse toren draagt een duistere legende met zich mee, over edelman Renier II van Schoonvorst en zijn dochter die verliefd was op een simpele landbouwer. Dat was helemaal niet naar de zin van de vader. Hij liet zijn dochter in de toren opsluiten. Het wrede einde zullen we je besparen. Afsluiten doen we met een heerlijk streekbiertje bij Het Hof. En niet te vergeten: een pakketje streekproducten als cadeautje voor het thuisfront.

Dobberen en peddelen

Even verderop ligt er een boot aan de oever van de rivier. Het is een authentieke platboot uit de 19de eeuw die hier ooit voer, en nu een originele picknickplek. We ruilen de fietsen voor een kajak, want wat is er meer romantisch dan een boottochtje, gezapig op het ritme van de stroom? We peddelen en dobberen een uurtje door het mooie landschap op de meanders van de rivier, tot we Langdorp in zicht krijgen.

Een tafel van wel 35 meter lang kronkelt net zoveel als de rivier. Een geknipte plek om de picknickmand boven te halen. Een dekentje, een fles van het streekbier Wolf erbij, en laat de rivier maar even wachten. Maar niet te lang, het is nog maar een half uurtje dobberen tot Aarschot, onze eindhalte van een weekend waar we nog vaak aan zullen terugdenken.